De eerste experimenten
De eerste experimenten met lokale televisie gaan terug tot het einde van de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Burgerparticipatie en openbaarheid van bestuur hadden een belangrijk aandeel in het opzetten van de eerste initiatieven rond "gemeenschapstelevisie". Hoe nobel de doelstellingen ook waren: de eerste experimenten bleken allesbehalve een groot succes.
Ten eerste was het om politieke en technische redenen niet evident om over een “kanaal” te kunnen beschikken. Ten tweede was video duur en in die tijd moeilijk te bedienen. Tot slot bleek dat het uiteindelijke resultaat niet echt door het publiek werd gesmaakt.
User Generated Content
Tegenwoordig rijzen de gemeentelijke televisies als paddestoelen uit de grond en is "User Generated Content" het nieuwe toverwoord. Het gevaar dat die uiteindelijk enkel moet dienen voor het opzetten van een louter commercieel kanaal met een minimum aan kosten, is daarbij niet denkbeeldig. Ook de regionale zenders zijn hun oorspronkelijke doelstellingen al lang vergeten...
De grote uitdaging bij het opzetten van een gemeentelijk televisiekanaal is dus de productie van grote hoeveelheden UGC die wél door het publiek wordt gesmaakt.
Gebrek aan goede content
Ondertussen mag video dan technisch en financieel wel binnen het bereik van de grote massa zijn gekomen: dat betekent nog niet dat de grote massa er nu in zou slagen om boeiende televisie of beklijvende content te maken. Een kanaal kan maar bestaan bij de gratie van een continuïteit in een aanbod dat zijn weg vindt naar een publiek. Er moet genoeg nieuwe en aantrekkelijke content aan worden toegevoegd om het publiek te kunnen blijven boeien. In het geval van IDTV komt daar nog bij dat de content vindbaar en doorzoekbaar moet zijn en liefst op verschillende manieren geconsumeerd moet kunnen worden. En in het geval van “Gemeente TV” komt daar nog bovenop dat de grote massa verleid moet worden om grote hoeveelheden zinvolle content te gaan produceren. Daarbij moet het begrip”gebruiker” worden verruimd: van zuiver consumeren is geen sprake meer.
Ieder zijn motief
“Transparantie van bestuur en participatie van de burger” zijn voor de VVSG zowat de belangrijkste motieven in haar streven naar een eigen televisiezender in elke stad en gemeente. In de praktijk zal een gemeentebestuur in de eerste plaats bekommerd zijn om haar imago en om de verdediging van haar beleid. Het volledige beheer van een gemeentelijke zender overlaten aan de communicatieambtenaar en dan nog verwachten dat het enthousiasme van vrijwilligers groot genoeg zal blijven om voldoende content te blijven toevoegen, is een iets te optimistische inschatting van publiek engagement en van de beschikbare tijd, energie en capaciteiten van de doorsnee communicatieambtenaar. Bovendien is het nog zeer de vraag hoe een gemeentebestuur dat een kanaal betaalt en ook nog voor de inhoud ervan moet zorgen, om zal springen met de verkoop van advertentieruimte – zeker als het die inkomsten aan haar neus voorbij ziet gaan.
Te weinig motivatie en te weinig durf
“Transparantie” en “participatie van de burger” zullen ook niet bepaald de motieven zijn waarmee de productie van user generated content kan worden bevorderd. En in die gevallen waar een reportage zou kunnen bijdragen aan het publiek debat, valt te vrezen dat de meeste overheden nog niet de vaardigheden hebben om daar op een constructieve manier mee om te gaan. Een belangrijke bedenking is dan ook dat er een biotoop moet worden gecreëerd waarin een gemeentelijke redactie met een eigen dynamiek kan groeien, los van de bestuurlijke overheid. De gemeentelijke overheid zou dan zendtijd kunnen kopen op het kanaal dat haar grondgebied bestrijkt – iets waartoe ze al sneller geneigd zal zijn als dat kanaal al blijkt te bestaan.
Zoeken naar bronnen van inkomsten
De vraag is dan uiteraard of gemeentelijke televisie ook rendabel kan worden gemaakt zonder de inbreng van de bestuurlijke overheid. Dat zou alleszins betekenen dat er voldoende kwalitatieve content beschikbaar moet zijn die een groot geëngageerd publiek bereikt, waardoor het kanaal interessant wordt voor adverteerders.
Gebruikersprofielen die worden gegenereerd op basis van geconsumeerde content, kunnen behoorlijk wat interessante informatie opleveren en gericht adverteren mogelijk maken. En toegevoegde informatie uit metatags of ingezonden commentaren (evengoed UGC), kan mee aan de basis liggen voor commerciële spin-offs – bijvoorbeeld onder de vorm van een gedrukte gids met recensies.
Visie en structurele ondersteuning
Met of zonder de financiële inbreng van de gemeentelijke overheid: kwalitatieve content alleen, volstaat niet om een UGC platform via de kabel tot leven te brengen. Daar is een dynamiek voor nodig die kan terugvallen op technische en inhoudelijke ondersteuning. Gemeentebesturen zouden zélf actief werk kunnen gaan maken van de oprichting van gemeentelijke televisiekanalen en de werking ervan organiseren via een adviesraad. Nu ligt het initiatief voornamelijk bij commerciële regionale zenders die hun adverteerdersmarkt uit willen breiden naar het lokale niveau. En dat verhaal lijkt akelig erg op dat van nationale media die zich ooit zijn gaan interessen voor de regionale adverteerdersmarkt...